Een kelder met water- en vochtproblemen duurzaam afdichten is geen sinecure en vergt, naast het gebruik van kwalitatieve producten, heel wat kennis en vakmanschap.
Vooraleer we de verschillende fases van een duurzame kelderdichting bespreken, stellen we de vraag welke oorzaak in hoofdzaak aan de basis van een kelder met water- en vochtproblemen ligt?
Water- en vochtproblemen in een kelder – hiermee bedoelen wij insijpelend water – zijn meestal het gevolg van barsten door het ‘zetten’ van een gebouw, wegwerkzaamheden en oud cementwerk dat door de jaren heen niet meer afdoende waterdicht is. Zowel in oude als in recente woningen kunnen dergelijke problemen zich voordoen in een kelder.
Dit gaat bijvoorbeeld als volgt: door een lage grondwaterstand beweegt een gebouw. Dit noemt men het ‘zetten’ van een gebouw. Door de beweging van een gebouw ontstaan er barsten. Wanneer de grondwaterstand nadien op normaal niveau komt te staan, sijpelt er water binnen langs deze ontstane barsten.
Preventief valt hier niets tegen in te brengen. We schetsen even een voorbeeld ter verduidelijking. De kelder van een bepaald gebouw is al 20 jaar waterdicht. Door extreme droogte kan de grondwaterstand uitzonderlijk laag staan met hetzelfde gevolg als hierboven beschreven.
Belangrijk om te weten is dat water- en vochtproblemen in een kelder – insijpelend water – niet gelijk staan aan condens. De oorzaak van condens is helemaal anders. We spreken hier over een ‘koudebrugreactie’: een kelder heeft een temperatuur van 13 à 15°C, maar het water aan de andere kant van de muur is bijvoorbeeld slechts 3°C. Hiervoor bestaan de volgende oplossingen: verluchting of ventilatie.
De verschillende fases van een duurzame kelderafdichting
Fase 1
Een duurzame kelderafdichting start met alle oud pleister- en/of cementwerk volledig te verwijderen. De ondergrond moet tevens stof- en vetvrij gemaakt worden en volledig gereinigd worden.
Fase 2
Indien er waterinfiltraties zijn, moet men de muren en/of de betonplaat afdichten met snelcement RAP, PU HARS EC of PU HARS FL. De kiemnaad dient men open te schieten en af te dichten met snelcement RAP en/of KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA. Bij afdichten met PU HARS moet men de kiemnaad niet openschieten. Nadien dient men de eventuele openstaande voegen op te vullen met KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA. Indien er waterinfiltraties zijn, mag men pas verder werken als alle infiltraties gestopt zijn.
Indien er geen waterinfiltraties zijn, raden wij toch aan om preventief af te dichten op plaatsen waar zichtbaar of niet zichtbaar water binnengekomen is.
Fase 3
Als alle waterinfiltraties gestopt zijn, mag men de muren bevochtigen en een 1ste aanbrandlaag aanbrengen met KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA en PLAST 50. Dit laat men aantrekken. Vervolgens brengt men nat in nat een 1ste dichtingslaag aan met KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA en PLAST 50.
Fase 4
’s Anderendaags herhaalt men het volgende: men bevochtigt de muren en brengt een 2de aanbrandlaag aan met KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA en PLAST 50. Dit laat men aantrekken. Tot slot brengt men nat in nat een 2de dichtingslaag aan met KELDER AFDICHTMORTEL ULTRA en PLAST 50.
Op vraag is een uitgebreid en volledig algemeen kelderafdichtsysteem bij Joan Products te verkrijgen.
Bij gebruik van een product gelieve onze technische fiche en veiligheidsfiche te raadplegen.
Joost Salenbien
Zaakvoerder Joan Products